Home       Nieuws       Inkomsten       Uitgaven       Hulpverlening       Rapportages       Beelden       Weblogs       Contact      

Weblog Joel Voordewind

Woensdag 1 september

We bezoeken de projecten van Parole et Action, de organisatie waar Woord en Daad mee samenwerkt hier in Haïti. Ze laten zien waar er puin van de huizen en scholen wordt geruimd. Professionele bedrijven doen het grote sloopwerk als verdiepingen nog overeind staan. Door mensen van de kampen in te huren, wordt samen met de huiseigenaar het puin in kleine stukken gehakt en op de vrachtwagens geschept.

Dat het afbreken van de huizen geen ongevaarlijk werk is, bleek vorige week. Toen kwam een werker om toen een kliniek werd afgebroken. De inschatting is dat met dit tempo het nog drie jaar gaat duren voordat het puin volledig is opgeruimd. Het grote probleem is dat de overheid delen van de binnenstad niet meer wil laten opbouwen met tijdelijke oplossingen. Ook wil de overheid dat er niet meer gebouwd wordt op de hellingen die wederom kwetsbaar zijn voor natuurrampen of overstromingen.

Men wil de mensen in de tentenkampen tijdelijk opvangen buiten de stad zodat het stadscentrum opnieuw kan worden opgebouwd. Een goed plan, maar de mensen willen niets liever dan terugkeren naar hun vertrouwde omgeving en dus zien we alweer tenten en golfplaten huisjes ontstaan ook op de risicovolle plaatsen. De praktijk van stadsplanning blijkt altijd weerbarstig.

Ondervoed
We bezoeken het tentenkamp Jacquet Toto met 8.000 mensen gelegen midden in de stad. 30% van de kinderen is ondervoed, er komt schurft, malaria en sommige gevallen van tyfus voor. Ook hebben kinderen last van diarree waardoor uitdroging kan ontstaan. In het kamp is de hulpverlening goed aanwezig, maar desondanks krijgt maar 50% van de kinderen onderwijs buiten het kamp. Er staat wel een grote tent van Unicef maar die wordt alleen gebruik voor psychosociale hulp.

Men is bang dat de gezinnen niet het tentenkamp zullen verlaten als er teveel voorzieningen zijn. Men wil de mensen zo snel mogelijk uit de tentenkampen krijgen, maar waarheen blijft onduidelijk want er is nog geen (voldoende) tijdelijke huisvesting voor ze geregeld. De uitweg lijkt mij toch tijdelijke huisvesting aan de rand van de stad. Daar is een begin mee gemaakt, maar omdat daar geen bedrijvigheid is en geen onderwijs voor de kinderen, blijft men in de tenten in de stad. Deze voorzieningen moeten er dus wel komen. Ik zal het morgen navragen bij de VN.

Politiebewaking
Als we op weg gaan naar een volgend projecten worden we plotseling geëscorteerd door twee politieauto’s met open pick ups en 15 politieagenten met geweren in de aanslag. We gaan naar de meeste onveilige sloppenwijk van Haïti genaamd Cité Soleil, met 300.000 inwoners, waar zelfs de lokale hulpverleners niet ingaan zonder bewakers. Er zijn veel gangs actief en veel criminelen die bij de aardbeving uit de gevangenis zijn ontsnapt, houden zich daar schuil. De onveiligheid is na de beving alleen dus maar erger geworden.

We stoppen en de politie bewaakt de straathoeken. Open riolen, stank en een wat dreigende sfeer hangt er tussen de kleine steegjes. Veel graffiti op de muren van de krotten. Plotseling zien we vele tientallen werkers met blauwe t-shirts en blauwe helmen op. Ze zijn de riolen aan het schoonmaken. De hulporganisaties huren ze in om de wijk leefbaarder te maken. Iemand van ons team wijs me op een muur. Vote for Joel 2010. Het blijkt een senaatskandidaat te zijn die meedoet met de komende verkiezingen in november.  Een volgende sloppenwijk Bel Air doet eveneens zijn naam geen eer aan. 80% van de wijk met 600.000 inwoners (bijna zelfde als Amsterdam), is ingestort. Het meest getroffen gebied van de hoofdstad. Een onwezenlijk gezicht.

Overmorgen vertrekken we alweer. We zijn getuige geweest van de bizarre gevolgen van een aardbeving die in 35 seconden de levens ontnomen heeft van 230.000 haïtianen en de hele infrastructuur enorm heeft aangetast. Inmiddels zitten nog steeds 1.1 miljoen mensen te wachten in hete tentenkampen op nieuw onderdak. Het goede nieuws is dat aardbeving voor het eerst de aandacht en compassie heeft getrokken van de internationale gemeenschap en dat dit momentum een keer kan brengen in de tot nu toe decennia lange uitzichtloze situatie van de haïtianen.

Er is enorm veel geld toegezegd (10 miljard dollar) en vele deskundigen denken met de overheid mee om te komen tot de opbouw van betere huisvesting, stadsplanning en het creëren van werk. De Nederlandse overheid heeft 41 miljoen euro toegezegd voor de noodhulp, maar ik zal aanbevelen om ook tijdens de wederopbouw betrokken te blijven met onze kennis van de landbouw, watermanagement en het duurzaam omgaan met de natuur (de enorme houtkap zorgt hier voor onvruchtbare grond en erosie).

Ook zou ons Nederlandse bedrijfsleven het midden- en klein bedrijf kunnen ondersteunen om bedrijven uit de informele sector te krijgen en te laten doorgroeien. Met de toename van de afdrachten van belasting zou de overheid het zorg- en onderwijsniveau kunnen optrekken. Ook deze route zal niet makkelijk zijn, maar het is nu wel de tijd om Haïti te helpen een nieuwe start te maken en met name jongeren hoop te geven op een loopbaan, niet in de VS maar in hun geboorteland.

Joel Voordewind
Tweede Kamerlid ChristenUnie



Maandag 30 augustus

We zijn gisteren naar de kerk van een creools sprekende gemeente geweest. Zij komen samen onder een tentzeil omdat het kerkgebouw dat eveneens een school is, is aangetast door de aardbeving. Het heeft code geel wat betekent dat het gebouw te onveilig is om ervan gebruik te maken en eerst aanzienlijk gerepareerd moet worden. Maar de eigenaar heeft hier geen geld voor, dus staat het leeg. De 450 leerlingen komen nu samen onder een tentzeil. Dit maakt ons duidelijk dat naast de kwart van de huizen die verwoest zijn in de stad (code rood), er nog veel huizen zijn die mogelijk nog wel overeind staan, maar eerst grondig gerepareerd moeten worden en dus eveneens onbewoonbaar blijven.

Hand van God
Na de dienst vraag ik de voorganger of er kerkleden zijn die getroffen zijn door de beving en hoe de christenen de aardbeving zien. Twee mensen van de kerk hebben de beving niet overleefd en tien mensen zijn gewond geraakt waarvan 1 zijn been is geamputeerd. Sommigen zegt hij zien het als een straf van God voor de zonden in het land. Corruptie, het elkaar voorliegen en voodoo. Anderen zeggen dat het een natuurramp is.

Ik vraag wat de voorganger zelf vindt. Hij zegt dat God niet de aardbeving heeft veroorzaakt maar mogelijk wel heeft toegestaan ‘om de mensen in Haïti tot berouw te brengen’. Het is volgens hem een waarschuwing van God om mensen tot inkeer te laten komen van de voodoo praktijken. Veel voodoopriesters spreken vloeken uit over mensen of over bezittingen of vee van mensen. Of om te waarschuwen voor onheil die door anderen wordt veroorzaakt.

Ik vraag wat volgens hem de grootste zonde van Haïti is. Zonder twijfel zegt hij meteen het liegen, het beloven van dingen maar het niet doen. Van politici, maar ook onderling. Daarom is er ook een groot wantrouwen onder de mensen. Corruptie is ook een groot probleem. Het land staat in de top 4 van de landen met de meeste corruptie. Veel jongeren willen dan ook niets liever dan het land voor altijd verlaten en naar Amerika gaan, een nieuwe toekomst opbouwen. De kerk moet volgens de voorganger niet alleen bidden en bekering preken maar er ook naar handelen. Het goede voorbeeld geven en kinderen en jongeren helpen door goed onderwijs te geven, zodat jongeren weer hoop krijgen.

Na de kerkdienst bezoeken we het tentenkamp wat er pal naast ligt. We spreken de mensen in de tenten. Het is er verstikkend heet, men krijgt geen voedsel meer uitgedeeld omdat de overheid vindt dat men daarin nu weer zelf moet voorzien. De hulporganisaties bieden nu wel cash for work programma’s aan. Intussen zijn de eerste gevallen van tyfus al bekend en overlijden er met name baby`s van uitdroging door diarree. Gisteren bezochten we het platteland, daar is het gewone leven weer redelijk op gang gekomen, maar hier in de hoofdstad verblijven bijna twee keer zoveel inwoners als van Amsterdam in tenten. Daar maak ik me het meeste zorgen over.

We rijden door de stad en zien dat per wijk de schade erg kan verschillen. De huizen die hoog tegen de bergwand zijn gebouw zijn het zwaarst getroffen en dit waren niet de kleinste huizen. Ongelooflijk wat een schade heeft die 35 seconden durende beving veroorzaakt. Dat moet een hel geweest zijn. Soms zien we alleen nog maar de drie verdiepingen op één stapel liggen. Daar zal niemand het overleefd hebben, lijkt het. Het huis naast ons hotel is ook ingestort, er staat een bord te koop voor, misschien nog van voor de beving. Direct tegenover ons hotel weer een tentenkamp.

's Avonds eten we in het restaurant van de vrouw van de Nederlandse Consul, Rob Padberg. Hij neemt al 32 jaar de zaken waar voor Nederland omdat er geen ambassade is. Padberg is blij met ons bezoek want ik ben schijnbaar het eerste Kamerlid dat Haïti bezoekt sinds dat hij hier woont. Nederland heeft geen officiële hulprelatie met Haïti. Hij vindt dat die relatie er wel moet komen. Nederland moet op zijn minst betrokken blijven bij de wederopbouw van het land, maar het land heeft ook mogelijkheden voor het Nederlands bedrijfsleven. Ik ben het met hem eens en vind dat we dit moment moeten aangrijpen om het land de goede richting op te krijgen, maar eenvoudig zal dit zeker niet zijn.

Joel Voordewind
Tweede Kamerlid ChristenUnie


Vrijdag 27 augustus

Als we landen in Haïti roept een vrouw in het Frans uit 'dank u God’ en er volgt een groot applaus. Ik check de cijfers: het overgrote deel is christen. Na de aardbeving van 12 januari dit jaar is het aantal zelfs nog toegenomen en nemen mensen meer afstand van de voodoopraktijken. De piloot bedankt de bezoekers aan Haïti voor hun hulp. Schijnbaar zijn er regelmatig reizigers aan boord die hulpverleners zijn.

Tegenover het vliegveld zien we meteen de eerste opvangkampen. De tenten staan tegen elkaar aan. Het zijn tenten of vier palen met een zeil erover gespannen. Elk open stuk grond in de stad lijkt in bezet genomen te zijn door deze tentenkampen. Na 6 maanden leven er nog steeds 1,1 miljoen mensen in tenten. Nog eens 300.000 mensen hebben onderdak bij familie gevonden.

Ruim een kwart van de hoofdstad Port-au-Prince is verwoest door een aardbeving die 35 seconden heeft geduurd. 225.000 mensen zijn omgekomen. De stad ziet er gehavend uit. Zelfs het mooie presidentiële paleis is ingestort en ligt er na zes maanden nog steeds zo bij.

De chauffeur van de Woord en Daad coördinator Jaap Noordzij heeft zijn broer verloren tijdens de aardbeving. Hij was net afgestudeerd en was op dat moment even terug op de universiteit om zijn diploma op te halen. Er worden nog steeds lichaamsdelen onder het puin gevonden. Naar familieleden wordt niet meer gezocht. Deze overblijfsels worden nu gelijk verbrand. Bijna elke Haïtiaan heeft wel een familielid of kennis verloren. 

We rijden verder en passeren zelfs op de weg hutjes van plastic waar auto's omheen rijden. We bezoeken als eerste een fabriek genaamd Maxima - geleid door een Nederlands echtpaar en een Belg - die kleine houten huisjes (4 bij 5 meter) voor tijdelijk gebruik produceren. Per dag leveren ze 35 huisjes af en dat moeten er binnenkort 60 worden. De Haïtiaanse overheid, samen met de hulporganisaties, staan voor de grote uitdaging om de 1,4 miljoen daklozen binnen een jaar te huisvesten. Een zeer ambitieus maar noodzakelijk plan gezien de vele stormen en orkanen die jaarlijks dit eiland treffen.

Ik hoor dat de onrust en de criminaliteit in de tentenkampen nu al toeneemt. De eerste gevallen van tyfus zijn al gesignaleerd en sommige baby`s zijn overleden door uitdroging. Het is hier 35 graden Celsius en dus in de tenten nog heter. Ik vraag me sterk af of mensen het in deze benarde situatie nog wel zo lang gaan volhouden. Het tempo van oplevering zal moeten versnellen om sociale onrust tegen te gaan lijkt me. Maar de stad kan al deze ontheemden niet meer onderbrengen omdat men eerst met velen in huizen met meerdere verdiepingen woonden en vaak niet geregistreerd is van wie de grond is. Ook moet nog veel puin geruimd worden. Men schat in dat met dit tempo het nog 7 jaar duurt voordat al het puin geruimd is.

Buiten Port-au-Prince bezoeken we een schooltje. Hier worden kinderen opgevangen die trauma's hebben opgelopen tijdens de aardbeving. Waaronder een meisje van 11 die 9 gezinsleden en familieleden heeft verloren en alleen nog een tante over heeft. Zij reageerde eerst helemaal niet meer. Pas na een aantal weken begon ze weer met praten. Door intensieve begeleiding, is ze nu weer in staat naar school te gaan. Wat een leed.

Het valt me op dat de meeste mensen een wat sombere blik in hun ogen hebben. Begrijpelijk. Intussen is er ook weer veel bedrijvigheid op straat. Vanuit de vele tentjes verkopen mensen vooral etenswaar. En net als in Afrika staan er overal christelijke teksten op de taxibusjes en rijden er veel jeeps van hulporganisaties rond. Wat mooi die betrokkenheid vanuit vele culturen en landen.

We dineren met de consul van Nederland die al 32 jaar de zaken waarneemt voor Nederland omdat er geen ambassade is. Hij zegt dat ik het eerste Tweede Kamerlid ben die in al die tijd Haïti bezoekt. Een trieste primeur voor zo`n mooi land met bergen, mooie palmen- en bananenbomen en paradijselijke stranden waar tot vandaag nog steeds cruiseschepen aanmeren. Een bizarre combinatie lijkt me met één op de negen Haïtianen dakloos enkele honderden meters verderop in tentenkampen en elders.
 
De komende dagen bezoek ik samen met twee partijgenoten de projecten van Nederlandse hulporganisaties zoals ICCO, Cordaid, Woord en Daad en ZOA-Vluchtelingenzorg. Helaas heeft collega Ferrier van het CDA af moeten zeggen vanwege de coalitieonderhandelingen.

Joël Voordewind
Tweede Kamerlid ChristenUnie