Weblog Karin Eikenaar
13 april
Beste lezer,
Zoals jullie gemerkt hebben, ben ik geen trouwe schrijver. Het is niet dat de wil ontbreekt, maar het komt er vaak gewoon niet van. Natuurlijk zijn er genoeg reden te noemen waarom het niet lukt, geen internet verbinding, geen elektra, te druk etc.
We hadden de afgelopen week ook 6 gasten in huis, daaronder zijn natuurlijk altijd mensen die het handiger vinden mijn laptop te gebruiken dan hun eigen aan te sluiten (ik zal geen namen noemen). Nee hoor al is het een beetje improviseren met een huis vol, we hebben het met elkaar erg gezellig gehad.
Voor mij is alweer het laatste stukje aangebroken, donderdag reis ik al weer af naar Nederland. Uiteraard toch met een beetje dubbel gevoel. Ik zie er naar uit mijn familie en vrienden weer te zien, en mijn collega’s. Aan de andere kant is hier nog aardig wat te doen, waaraan ik graag nog een bijdrage zou willen leveren. Maar mijzelf kennende zou ik dat gevoel ook na een jaar nog hebben.
De aankomende weken zullen Annet en ik de tentenkampen binnen een bepaald gebied van Port-au-Prince afgaan, om te kijken wat er op dit moment in de kampen nodig is. Is er voldoende water, eten, zijn er toiletten, is er elektriciteit etc. Ook zullen we kijken hoeveel medische posten er zijn en waar ze zijn. Als blijkt dat er onvoldoende medische zorg aanwezig is, zullen we de mobiele kliniek in gaan zetten. Daarnaast gaan we kijken of er nog behoefte aan medische zorg nodig is in de omgeving van Leogane. Ik weet niet of we dit gaan redden in 2 weken, maar er kan in ieder geval een goede start gemaakt worden.
Wat het voor ons op dit moment moeilijk maakt is de (on)veiligheid. De voedsel distributies zijn gestopt en eigenlijk wil de overheid aankomende week starten met het ontruimen van kampen, zodat mensen terug moeten naar hun huizen (voor wie dit nog heeft). De bevolking is hier boos over en zij denken dat dat de schuld is van de Non Gouverment Organisations .
We hebben de veiligheidsregels her en der wat aangescherpt, en zullen iemand mee moeten nemen van de plaatselijke bevolking. Bij alles wat je wilt gaan ondernemen is het steeds weer aanpassen en bijstellen. Wij hebben er alle vertrouwen in dat het goed gaat komen en dat wij diegenen kunnen helpen die het het hardst nodig hebben.
Afgelopen weekend heeft het flink geregend. We waren zaterdag onderweg naar huis, maar konden op een gegeven moment echt niet verder rijden. Het water kwam met bakken uit de hemel, en van de bergen af, het leek op een gegeven moment of we dwars door de rivier reden. We zijn omgedraaid en naar een restaurantje in de stad gereden (waar ze overigens ook heerlijke echte Nederlandse bitterballen hebben).
Na 1.5 uur was de regen wel wat gezakt en reden we naar huis. Onderweg leek het alsof er een lawine was geweest. Grote rotsbrokken, kleinere stenen en afval lagen over de hele weg bezaaid. Gelukkig hebben we een stevige auto, maar we gleden over de weg door al die stenen. Langzaamaan zijn we gelukkig veilig thuis gekomen. Waar we helaas geen elektra hadden en we dus een echte koude douche moesten nemen.
Al deze dingen samen maken het iedere dag weer anders, en houden de spanning er voor ons in. Ben benieuwd hoe het gewone leven thuis me straks weer zal bevallen.
Vriendelijke groeten, Karin Eikenaar-Poppema
15 maart
Beste allemaal, Even een teken van leven vanuit het verre Haïti. Na 3 weken begint het leven hier al aardig te wennen. Toch sta ik nog dagelijks versteld van de dingen die ik zie en meemaak. In niets, maar dan ook helemaal niets lijkt het op ons eigen nederlandje. Soms is het lastig je in te kunnen leven in de situatie van de bevolking, ik denk dat dit voornamenlijk het grote verschil in cultuur is. Mensen waarvan hun huis totaal ongedeerd is, zelfs geen scheurtje te bekennen, durven niet in hun huis te slapen voor het geval er toch nog een aardbeving zou komen. Mensen hebben het volste vertrouwen in de regering.
Zodra zij zeggen dat het veilig is, (alsof zij dat kunnen weten) gaan de mensen terug in hun huizen en de kinderen weer naar school. Natuurlijk kan ik me dit allemaal niet voorstellen, ik heb de aardbeving niet meegemaakt. De angst die hierdoor is ontstaan is niet te bevatten. Wel heb ik begrepen dat, als er tot die tijd geen nieuwe bevingen zijn, de scholen 12 april weer gaan beginnen. Je ziet overal dat mensen wel proberen het gewone leven weer op te pakken. Er wordt heel hard gewerkt. Gebouwen die nog half staan, worden stukje bij stukje afgebroken. Puin wordt geruimd, en de meeste zijn van goede wil om de straten schoon te houden (hier krijgen ze dan wel eten of geld voor). Gisteren zijn Annet en ik (met begeleiding natuurlijk), naar scholen geweest op het platteland. In dit gebied stond bijna alles nog netjes overeind. Eén school had zelfs geen scheurtje, toch zaten de kinderen buiten onder een zeil, uit angst. Daar wordt nog geen les gegeven maar is men meer bezig met de psycho-sociale aspecten, het begeleiden van de kinderen. Bij een volgend schooltje waren de kinderen erg enthousiast.
Sommigen van hen hadden nog nooit een blanke gezien, laat staan aangeraakt. Ze hingen aan onze lippen, knepen in onze handen en armen, en ja hoor, we waren echt! Ze waren bijna niet van ons af te slaan. Op een gegeven moment zag ik een jongetje bezig met een plastic flesje in zijn broekzak, heb er verder geen aandacht aan gegeven. Na een poosje toen we alles wel gezien hadden, wilden Annet en ik terug naar de auto. We kregen die kinderen niet meer van ons af.
Toen ik de auto in wilde stappen, zag ik dat mijn horloge weg was! Annet riep alle kinderen bij elkaar en vertelde dat ik een rood horloge was kwijtgeraakt. Binnen 5 minuten was het gevonden. 'Het lag op straat', vertelde een jongetje. De grond was erg droog en van donker geel zand, vreemd dat mijn horloge geen stofje op zich had. Natuurlijk was ik erg blij dat het weer boven water was, maar toch wel met een gevoel van onbehagen. Verder ben ik hard bezig met de mobiele kliniek. We maken ook plannen om met verschillende hulporganisaties hiervan gebruik te gaan maken. Iedere organisatie neemt dan een bepaald deel van zorg op zich. We denken bijvoorbeeld aan: 1 organisatie verzorgt het 'gewone' spreekuur. Een andere organisatie is verantwoordelijk voor schoolkinderen, zodat elk schoolkind in ieder geval 1 keer goed wordt nagekeken door een arts.
Weer een andere organisatie neemt het psycho-sociale gedeelte op zich, dat vooral gericht is op verwerking en het terug gaan in de huizen. Deze dag willen we dan alle schoolkinderen water en een maaltijd aanbieden. Voor ons lijkt het een heel mooi plan. Aankomende week gaan we dit gezamenlijk met verschillende organisaties bespreken. De tijd vliegt, ik kan me niet voorstellen dat ik hier al weer drie weken ben, er zijn er dus nog maar vijf over. Voor mijn gevoel dringt de tijd, er is nog zoveel wat ik graag zou willen. Ik doe mijn best, en heb er vertrouwen in dat een en ander gaat lukken. Ik probeer jullie op de hoogte te houden. Groeten, Karin Eikenaar
26 februari
Mijn eerste dagen in Haïti
Met een goed maar gemengd gevoel stapte ik vorige week donderdag in het vliegtuig. Na een overstap in Parijs zat ik in een vliegtuig vol met bijna alleen maar hulpverleners richting Haïti. Kees-Jan en Annet stonden me gelukkig op te wachten en kreeg ik meteen een flinke sightseeing door de stad.
De beelden van de tv hadden mij toch een iets andere indruk gegeven, er staat namelijk ook best nog wat overeind. Ik denk zelf dat ik meer onder de indruk was van een voedseldistributie plaats, een rij van honderden tegen elkaar gedrukte kinderen, wachtend op een bordje rijst en een flesje water.
Maandag was mijn eerste werkdag in de kliniek, ik had me voorgenomen deze dag te gebruiken om te analyseren en aan de hand daarvan later, voor mezelf, doelen te stellen. De kliniek is een plaatsje naast de kerk, waarop de kerkbanken staan (ik hoop dat ze op de zondagen net zo gevuld waren), met daarover zeilen tegen de zon en de regen. Daar zaten zo'n 150 mensen, in het midden stond een tafeltje met daarachter dr. Joseph.
De mensen kunnen dus dus alleen maar hun klachten vertellen, er is geen plekje voor enig lichamelijk onderzoek. Aan de hand van de klachten wordt er een recept geschreven, en dat is het. Op een tafel naast de dokter, kan men dan de voorgeschreven medicijnen halen. Helaas was er alleen nog maar Ibuprofen. Als je bedenkt dat de meest voorkomende problemen infecties en malaria zijn, kom je hier echt niet zo ver mee.
Wij hadden gehoord dat er in de stad een warehouse is voor medicijnen. Een grote, gekoelde tent waar alle gedoneerde medicijnen terecht komen. Annet en ik hebben daar dus heerlijk “gewinkeld” en zo kon ik gister morgen met dozen vol medicatie naar de kliniek gaan, en wat waren ze er blij mee!!!!
Op dit moment ben ik aan het kijken wat er op kort termijn nodig is, bijv. een tent als onderzoeksruimte, instrumentarium, misschien een voorlichtingsprogramma of vaccinatie programma etc. Er is voorlopig dus best nog wat te doen.
Groeten, Karin
|