Home       Nieuws       Inkomsten       Uitgaven       Hulpverlening       Rapportages       Beelden       Weblogs       Contact      

Weblog Leen Stok

Leen Stok, medewerker Woord en Daad maakte een reis naar Haïti. Hij heeft geprobeerd dagelijks een weblog bij te houden. Hieronder vindt u de door hem geschreven verslagen.

29 januari

Vliegtuigen komen en gaan op het vliegveld van Port-au-Prince, helikopters laten hun donkere geluid boven me horen als ze naar verschillende bestemmingen vertrekken. Nog een stevige handdruk en een hartelijk groet, en ik loop naar het kleine vliegtuig dat me naar Santo Domingo zal vliegen. Een laatste instructie voor de 4 passagiers en we zijn klaar om te vertrekken.

We stijgen snel op en laten de stad Port-au-Prince in de diepte achter ons. Ik zit met een dubbel gevoel in het vliegtuig. Ik zie er naar uit om mijn gezin, familie, vrienden en collega’s weer te ontmoeten, en tegelijkertijd wil ik eigenlijk blijven. Als ik in Santo Domingo in een taxi van het vliegveld naar een hotel rij, merk ik een apart gevoel bij me. Ik probeer na te gaan wat het is.

En dan besef ik het opeens. De gebouwen staan allemaal overeind. Het voelt ontspannen aan. Maar dan komt met kracht de realiteit van Haïti terug. Dat enorme verlies, de onomkeerbaarheid en het onbegrijpelijke ervan, de nog niet te peilen consequenties. Het leven als een handomdraai. De vergankelijkheid in minder dan een minuut. Doden temidden van levenden, en levenden temidden van doden.

Wat indruk blijft maken is dat het ene huis nog goed overeind staat, en het huis van de buren totaal is ingestort. Ligt dat nu aan schokgolven van de aardbeving of is het ene huis nu eenmaal beter gebouwd en steviger van structuur? Wat gebeurt er als je bouwnormen eigenlijk niet respecteert?

Een aardbeving zet eigenlijk alles op losse schroeven. Hoe stevig is mijn huis? Kan het zulke schokken wel aan? Is het gebouwd op een stevige ondergrond? Zit er wel voldoende cement in het beton en is het ijzerwerk van voldoende dikte?

Zijn de mensen in tentenkampen, die hun huis hebben verloren of er niet meer in durven te verblijven slachtoffers, of zijn ze eigenlijk de kern, het begin van iets nieuws? Kan Haïti door de hulp nog verder gemarginaliseerd worden en het weinige zelfrespect dat nog bestond om zeep geholpen worden?

Of kan er gebouwd worden op aanwezige creativiteit, menselijke waardigheid en zelf ontwikkelde oplossingen? Zomaar enkele vragen die de afgelopen dagen door mijn hoofd zijn heengegaan. Het begin van het antwoord is voor mij wel helder, maar ik weet niet hoelang het wordt, en waar het eindigt.

Ik beschouw het als een voorrecht dat ik de afgelopen 10 dagen in directe zin naast broeders en zusters mocht staan in Haïti. Dat ik me intensief mocht bezighouden met het zoeken naar de juiste aanpak en de beste vormen van samenwerken. Ik voel me ook klein in het licht van de uitdagingen en moeilijkheden.

Het meest voel ik me verwonderd dat ik deel mag uitmaken van Gods gemeente wereldwijd én in Haïti. Ik ben dankbaar voor het gebed van broeders en zusters in Nederland. Dat doet meer kracht dan menigeen denkt.


28 januari

Mijn laatste actieve dag op Haïti breekt aan. Om half zes gaat mijn wekker voor overleg met het kantoor van ZOA en Woord en Daad. Ik ben heel erg blij te horen dat twee ervaren vrijwilligers komende vrijdag naar Haïti reizen om de komende weken steun te geven aan het werk hier. Ik was wat bezorgd. Maar die worden met dit bericht weggenomen.

Ik heb de afgelopen dagen veel met ds. Eris Labady opgetrokken. De druk op zijn schouders is enorm. Naast de verantwoordelijkheid als directeur voor het geheel van het werk van Parole et Action, wordt hij door zoveel mensen gebeld. Personeelsleden die aandacht nodig hebben. Mensen die hem informeren over hun situatie. Mensen die hem om raad vragen. Mensen die vragen welke hulp nodig is en hun meeleven betuigen.

De telefoon gaat voortdurend.  Ik heb groot respect voor zijn inzet. Er zijn overigens heel wat Haitianen die zich voluit inzetten voor hun land. Ik erger me aan eenzijdige beelden over Haïti. Ik weet van situaties waarin mensen agressief reageren of alleen eigenbelang op het oog houden. Maar dát is niet Haïti. Ook Haïti heeft gelukkig meerdere kanten. Ik hou van dit land en de mensen.

Ik zit samen met mijn gastheer te praten met mevr. Junie Hyacinthe, de directrice van het King’s Hospital in Port-au-Prince. Dit ziekenhuis wordt voor een belangrijk deel gesteund door de organisatie World Relief. Het gebouw is nog vrij nieuw. Er lopen een paar flinke scheuren over de muur, maar experts hebben verzekerd dat het gebouw geen gevaar loopt. Gewone bezetting is 35 bedden, nu staan er 50 bedden.

De eerst week werd het ziekenhuis overspoeld met gewonden, en met vrijwilligers. Dat laatste was in het begin hard nodig en de directrice was er dankbaar voor. Het aantal werd echter zo veel dat het leek alsof het ziekenhuis werd overgenomen door buitenlanders.

Zelfs eenvoudig werk werd van Haitianen afgenomen en vertalers ingehuurd om simpele inschrijfbriefjes van patienten in te kunnen vullen! De directrice moest op de rem trappen. Hulp is zeker nodig, maar mensen met de juiste kennis en ervaring, en niet teveel tegelijk.

Als ik door de straten van Port-au-Prince rijd, valt het me op hoe snel het leven weer wordt opgepakt. Er word gekocht en verkocht. Restaurants zijn weer open. Bijna als normaal. Maar er zijn letterlijk en figuurlijk heel wat gaten gevallen. En er moet de komende weken en maanden én jaren heel wat extra gebeuren. Door hulpverleners én bevolking gezamenlijk. Dat is een uitdaging. Dat is niet eenvoudig. Maar het kan. Het verhaal is niet uit.


27 januari

Met een lach en een omarming begroet hij me. Ds. Chevannes is predikant van een kleine kerk in Cité Soleil, een van de armste wijken in Port-au-Prince. Drie jaar geleden ontmoetten we elkaar voor het eerst. Woord en Daad kon via AMG Haïti helpen het schooltje onder zijn kerkgebouw op te knappen. Tot 12 januari kregen 350 leerlingen er onderwijs. Nu is de school leeg. Het is onduidelijk wanneer die weer begint.

De huizen in Cité Soleil zijn niet groot. De schade is relatief gering. Maar de meerderheid van de bewoners heeft zijn/haar werk verloren.

Kledingfabrikant Charles Baker is een goede bekende van me. Zijn kantoor, dat wat hoger in een fabriek ligt, is duidelijk flink door elkaar geschud en niet langer bruikbaar. Er werken zo'n 800 mensen in zijn fabriek. Van zijn werkers is slechts één persoon niet meer op komen dagen. Alle anderen zijn een week na de aardbeving weer begonnen.

De afnemers in de VS hebben alle begrip voor de vertraging. Maar de productie was binnen een dag na de herstart weer op het oude niveau. Veel vrienden van Charles zijn omgekomen. Wonden zullen nog jaren schrijnen.

Het is een drukte van belang op het VN-terrein op het vliegveld van Port-au-Prince. Voor de tent waar de coördinatievergadering voor gezondheidszorg zal plaatsvinden, staan zeker honderd mensen, vertegenwoordigers van allerlei organisaties. Ik sta even te praten met iemand van het Parijse reddingsteam, dat nu enkele noodhospitalen opzet. De burgemeester van de wijk Delmas zit in zijn kantoor in aanbouw.

Ramen en deuren zitten er nog niet in, maar het oude gebouw is niet meer bruikbaar. Ik ben hier samen met ds. Jorel, die de hulp van Parole et Action coördineert in Delmas. De burgemeester laat ons 1500 voedselpakketten zien, die hij en zijn medewerkers hebben klaargemaakt voor distributie. Ondanks de klappen die zijn wijk heeft getroffen, houdt hij zijn hoofd erbij. Hij waardeert de afstemming en de toezegging om meer te doen. Maar hij wil wel de daden bij de woorden zien.


26 januari

Het kantoor van Parole et Action, de partnerorganisatie van Woord en Daad, druppelt langzaam vol met personeelsleden. De organisatie is als een gewonde vogel die wil vliegen maar gedeeltelijk nog vleugellam is. Verschillende personeelsleden staan rond Lorette, die haar enige zoon van 15 jaar heeft verloren.

De weekopening staat helemaal in het teken van de ramp; in gebed, meditatie, mededelingen en enkele toespraken. Vorige week werkte maar een deel van het personeel, en het deel dat kwam werken, werkte alleen in de ochtenduren. Nu wordt voorgesteld en besloten om tot twee uur in de middag te blijven. Overigens is er een kleinere groep die juist de afgelopen tijd veel overuren heeft gemaakt.

Ik loop door kleine steegjes van Delmas 89, een wijk van grotendeels arbeiders en kleine handelaars. De wijk is op verschillende heuvels gebouwd. De bewoners zijn minder hard getroffen dan in andere gedeelten; zo’n 10 procent van de gebouwen is verwoest.

Het gebied bevat wel verschillende kampen, waar mensen overnachten onder een gespannen zeiltje of een stuk doek. Een groot kamp waar ik doorheen loop, bestaat uit meer dan duizend mensen. Aan de randen worden wat snacks verkocht en enkele vrouwen bakken stukken geplette banaan.

Heel veel mensen liggen half te slapen op kleden of matrassen. Overal ligt er huisraad dat uit de huizen is gehaald. Een groot deel van de mensen komt uit de zwaarder getroffen wijk Delmas 64, die op minder dan een kilometer afstand ligt.

De verpleegster zit buiten onder de boom en behandelt een vrouw met een grote beenwond die nog niet erg genezen wil. Ze is vrijwel direct na de aardbeving begonnen met de behandeling van patiënten. Omdat de ziekenhuizen overbezet waren of buiten werking, heeft ze in de eerste dagen zelf diepe wonden behandeld en dichtgenaaid. Maar nu dreigen er andere gevaren: malaria, huidziekten, longaandoeningen. En de regens zijn nog niet eens gevallen. Iedereen is er bang voor. Kunnen jullie tenten leveren?

Het is al donker als ik met enkele mensen nog door de wijk loop. We horen zingen. Een groepje van ruim twintig mensen van de plaatselijke kerk houdt met enkele verpleegsters een avondsluiting. Ik ga er ook bij zitten en zing mee. Het gezamenlijke gebed is vurig, vol overgave en vertrouwen. De noden en pijn van elkaar worden opgedragen. In dit verlies kun je niet op eigen kracht verder.


25 januari

We staan voor het stadhuis van Leogane, 30 km ten zuidwesten van Port-au-Prince. Het is een mooie dag. De zon schijnt in volle kracht. Een karretje met een ijsblok erin verkoopt drankjes. Het lijkt bijna als normaal. Maar het stadhuis is gesloten. Links en rechts zijn gebouwen ingestort. Het straatbeeld van het centrum van dit stadje is deprimerend, 80-85% van de bebouwing is onherstelbaar beschadigd door de aardbeving.

We zijn hier voor een vergadering met de burgemeester van het gebied, samen met de coördinator van het UN cluster ‘Voedsel voor werk – opruimen van puin’. Volgens berichten zou de vergadering om 11.00 uur beginnen. Als er niemand opdaagt, vragen we aan mensen waar de burgemeester te vinden is. Er komen verschillende antwoorden.

We zijn gelukkig niet de enigen. Er komt een auto van de UN met mensen die ook de vergadering bij willen wonen en nog een auto van een andere organisatie. We zijn in ieder geval al met een aantal deelnemers bij elkaar. Na een halfuur rondrijden en navragen, vinden we eindelijk de burgemeester op het erf achter zijn huis.

Leden van een klein crisiscomité van het stadje zijn bij hem. Uit het gesprek blijkt dat nog weinig gestructureerde hulp plaatsvindt. Er wordt door enkele organisaties zoals Artsen zonder Grenzen medische hulp gegeven en af en toe voedselhulp door anderen, maar de assistent van de burgemeester benadrukt het belang van afstemming en coördinatie. Als dat niet gebeurt, kan er gemakkelijk chaos uitbreken en onveilige situaties ontstaan.

De prioriteiten van het comité zijn duidelijk: gezondheidszorg, water en sanitatie, voedselzekerheid. Maar intussen moeten de doden begraven worden en het puin worden opgeruimd. Dat laatste is gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Deze vergadering is een belangrijk eerste contactmoment. Verschillende organisaties geven kort aan op welke wijze ze willen bijdragen in het Leogane gebied. Parole et Action, de partnerorganisatie van Woord en Daad, en CRWRC, een internationale partner van ZOA, hebben afgestemd om hier samen te werken. De dichtbijgelegen vakschool van Parole et Action in Flon kan als uitvalsbasis dienen.

Een kapotte kerk betekent niet dat er geen kerkdienst kan plaatsvinden. Op zondag zie ik verschillende gemeenten op een terreintje voor of naast de kerk in de openlucht bijeenkomen. Gezang klinkt over de straat. Het Woord wordt gepredikt, in veel gevallen intensiever dan ooit. Er wordt gebeden, voor en met elkaar. Mensen die tijdenlang niet in de kerk kwamen, zitten er. De Geest is aanwezig en werkt. De Gemeente van God leeft, hoewel ze bloedt uit duizenden wonden.


23 januari

Ze staat met haar hoofd tegen de muur. Ze kijkt angstig en wil eigenlijk niet langer in het kantoor werken. Ik praat met de administratrice van het adoptie programma van AMG. We hebben haar net opgehaald, vlak bij haar huis. Ze verblijft niet langer in haar huis, maar op een groot golfterrein, dat in een vluchtelingenkamp is getransformeerd. Haar twee kleine kinderen zijn ziek. Ik probeer een beetje zicht te krijgen op de kinderen die geholpen worden door het financiële adoptieprogramma van Woord en Daad. De administratrice heeft haar hoofd er kennelijk niet bij. 

De school in de wijk Bel-Air is nog overeind blijven staan en heeft geen merkbare schade geleden. De school is echter leeg. De wijk is hard getroffen. De directeur van de school zit versuft achter zijn bureau. Hoe gaat het met u, vraag ik. Ik kan het niet vatten, antwoordt hij. Dit kan niet echt gebeurd zijn. En toch is het zo. Dat maalt maar door mijn hoofd. Heeft u zicht op de situatie van de onderwijzers en kinderen? Eén van de onderwijzers is omgekomen, enkelen zijn gewond. Is de administrateur van de school aanwezig? Nee, die is helemaal van de kaart. Hij is met zijn gezin naar het platteland gereisd.

De Haïtianen vertellen me dat al meer dan honderdduizend mensen de stad hebben verlaten en naar het platteland zijn gereisd. Ze vertrouwen het niet langer in de stad. Ze gaan naar hun familie waar wellicht wat te eten is, en waar ze kunnen verblijven.

De directeur van de school laat me verschillende schriftjes zien, waar de namen van de kinderen staan die zijn gevonden. Van de 493 kinderen op school zijn er 275 gevonden. Daarvan zijn er 6 omgekomen en velen gewond. De andere kinderen zijn weg. In een van de kampen, naar het platteland, in een ziekenhuis? Wie zal het weten. De directeur doet zijn best, ruim een week na de ramp, maar kan verder weinig nieuws geven.

Hoe maakt hij het zelf? Dankzij Gods genade mag ik overeind blijven staan en in Hem hopen. Dit hoort bij de tekenen dat Jezus komt. Daarnaar zien we uit. Er komt een glimlach op zijn gezicht. Wanneer de school weer kan starten is nog geheel onbekend. Het is in alles merkbaar. Het verlies is groot. Maar dwars door alles heen, is de hoop groter. Dat houdt veel Haïtianen op de been.

Ik denk aan mijn eigen gezin, mijn familie, mijn collega's, mijn vrienden. Hoe zou ik reageren als velen zouden zijn omgekomen, mijn huis onbewoonbaar zou zijn en mijn auto geplet onder een omvallende muur. Is mijn hoop in God zo sterk, dat het zulk verlies aankan? Zo is dit bezoek ook een geestelijk zelfreflectie. Maar ik weet: door Zijn genade kan het!


22 januari

Eris Labady, de directeur van Parole et Action, en ik beginnen een hecht team te worden. We voelen en vullen elkaar aan. Samen trekken we door de stad, waar reddingsteams bezig zijn te redden wat er te redden valt.

Wij proberen te kijken waar we over een paar dagen verder kunnen. De enorme ravage is gigantisch. Ook vandaag waren er een paar keer duidelijk naschokken te voelen. Eris en ik ervaren bij onszelf de angst die er ook bij de mensen diep inzit. Elke nieuwe beving van de aarde verscheurt mensen opnieuw en brengt dat moment van de grote schok weer terug.

De journalisten die me vergezellen, trekken vandaag afzonderlijk op. Ik richt me vooral op Eris en Point du Jour van AMG Haïti. En ik ben blij dat ik bij hen ben en we er samen kunnen zijn voor mensen in Haïti.

De communicatie in het gebied is een ramp op zich. Telefoonlijnen werken nog niet. Daarom werken Point du Jour, Eris en ik vanuit het minst beschadigde kantoor van de partnerorganisatie Parole et Action. Skype, de internettelefoon, werkt wonderlijk genoeg wel. Omdat onze partners zo snel mogelijk willen aansluiten bij de gecoördineerde hulp probeer ik contacten te leggen met andere organisaties. Dat blijkt lastig. De Verenigde Naties zijn zelf alles nog aan het opzetten en soms aan het zoeken naar de juiste lijnen.

Ik bewonder de Haïtiaanse collega's van onze partnerorganisatie. Te midden van de ellende en het zoeken naar manieren om hulpverlening goed op te zetten, blijven zij goedsmoeds.

Als ik na contact met Nederland doorgeef dat er in Nederland veel gebeden wordt voor Haïti, antwoordt Eris: „Yes, brother, that prayer is what we really need right now." Die gebeden, dat is precies wat we nu heel erg nodig hebben.


21 januari

De tweede dag op Haïti start voor mij om 6 uur ’s morgens. Met een schok word ik wakker. Het hele huis beweegt. Een naschok of meer dan dat? Kan ik rustig blijven liggen of is het toch beter om naar buiten te gaan? Na zo’n 10 seconden houdt het op. Later hoor ik dat het een schok was van 6.1 op de schaal van Richter. Begrijpelijk dat zoveel mensen op de straten slapen en niet meer 's nachts in huis verblijven.

Als we om 7.30 richting het kantoor van Parole et Action rijden, zie ik nog heel wat mensen langs de kant van de weg liggen. De ontmoeting met dhr. Tony Bristhole, controller op kantoor van P&A, is aangrijpend. Hij verloor zijn zoontje van 6 jaar, toen het 3-verdiepingenhuis geheel instortte. Twee andere kinderen konden ze op wonderlijke wijze nog uit de ruïne redden. Net als Job kan ook Tony zeggen: De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen, de naam van de Heere zij geloofd.

Het AMG kantoor blijkt gelukkig minder beschadigd dan ik dacht. Het huis van de buren is als een kaartenhuis ingestort. Met een mondkapje op loop ik naar één van de huizen waar nog een buurvrouw onder het puin ligt. Niemand heeft nog tijd om haar uit te graven. Even later sta ik bij de grote Baptistenkerk in de wijk Bel-Air. Herinneringen komen bij me boven aan kerkdiensten die ik meer dan 20 jaar geleden in deze kerk meemaakte. Nu moet dit imposante kerkgebouw afgebroken worden. Te onveilig om er nog in te komen.

Ook de kliniek staat nog overeind, maar gevaar voor instorting is te groot. Daarom wordt op het schoolplein openluchtkliniek gehouden. Wie je ook spreekt, een onderwijzer op school, een administrateur van de kliniek, een patiënt die behandeld wordt, iedereen heeft iemand verloren in zijn of haar familie. De omvang van de aardbeving wordt pas echt duidelijk, als ik het eigenlijke centrum van de stad zie. Het is alsof ik door een gebombardeerde stad heen rij. Eén op de twee gebouwen is ingestort of zwaar beschadigd.

Duizenden mensen in één ogenblik omgekomen, duizenden mensen die vast kwamen te zitten in ingestorte winkels. Bij  één grote winkel zijn nog reddingswerkers bezig om te zoeken naar mogelijke overlevenden. Het hart is uit de stad gesneden. Kan de stad toch nog weer op staan? Kan Haïti deze zware slag te boven komen? Jean Wilner, coördinator bij AMG, verwoordt het als volgt: Het is alsof ik een bange droom beleef, alsof ik naar een horrorfilm kijk.

Heeft deze tragedie ons echt getroffen? Aan het eind van de middag bezoek ik het vliegveld, dat vol staat met tentenkampen van de diverse reddingsteams. Vliegtuigen komen en gaan met hulpgoederen. Haïtiaanse kindertjes lopen rond bij het Nederlandse kamp, klaar om met verzorgers naar Nederland te vliegen. Ik probeer zicht te krijgen op de coördinatie van de internationale hulpverlening. Dat blijkt niet gemakkelijk. Vermoeid en diep onder de indruk sluit ik deze dag af.

20 januari

Het is een bijzondere ervaring Port-au-Prince binnen te rijden op het tijdstip waarop precies een week geleden de aarde beefde en duizenden onder het puin bedolven raakten. De afgelopen dagen ben ik vooral bezig geweest om in Haïti te komen. Tot vanmorgen aan toe was het niet helemaal duidelijk hoe ik er kon komen. Maar dan blijken er toch busdiensten te functioneren tussen Santo Domingo en Port-au-Prince. 

Na een tocht van ongeveer 7 uur rijden we de buitenwijken van Port-au-Prince binnen. Een gebied dat vrijwel niet is geraakt. Gelukkig kon ik vanmorgen via Nederland even contact hebben met ds. Eris Labady en het tijdstip van de aankomst melden. Eenmaal in Port-au-Prince is het echter niet mogelijk om telefonisch contact met hem op te nemen. Het telefoonnet is overbezet.  Na ruim een uur komt een van de medewerkers van P&A me ophalen.

Met tranen in zijn ogen vertelt hij in de auto aan mij zijn ervaringen van de eerste paar dagen. Hoe dierbare vrienden zijn omgekomen. Een predikant die in een kerkgebouw in de wijk Carrefour Bijbelles en computerles gaf aan jonge mensen, en die allen omkwamen toen het gebouw instortte. Diep onder de indruk sta ik even later bij de ingestorte supermarkt Caribbean Market. Rond 5 uur was de supermarkt vol met mensen.

Hoeveel kwamen erom? Meer dan 200? Hoeveel liggen er nog onder het puin? Slechts 8 mensen zijn er levend uitgehaald! Het heeft dan ook extra betekenis als ds. Eris aan het eind van de dag God dankt voor Zijn bewarende hand, ook vandaag.