Home       Nieuws       Inkomsten       Uitgaven       Hulpverlening       Rapportages       Beelden       Weblogs       Contact      

“Haïti heeft potentie”

Anderhalf jaar woonde en leefde hij in Haïti. Hij zag de puinhopen van het land en de hoop van de mensen. “Haïtianen laten zich niet alle moed ontnemen”, stelt Jaap Noordzij. Namens stichting Woord en Daad verbleef hij in Haïti om de noodhulp- en wederopbouwprojecten te coördineren.

Ondanks de vaak negatieve teneur in de media, wil Noordzij positief insteken. “Ik zie veel vooruitgang. Toen ik in Haïti kwam, zaten ongeveer 1,6 miljoen mensen in tentenkampen. Het zijn er nu ongeveer 500.000. Nog steeds onvoorstelbaar veel, maar desondanks veel minder. Anderhalf jaar geleden lag de stad in puin, heel veel puin. Nu is ruim 50 procent van alle puin geruimd. Haïti was het armste land van het westelijk halfrond, en dat is het nog steeds. Dus in die zin blijft er veel werk liggen en is er nog heel veel te doen. Maar het land heeft in elk geval potentie om zich te herstellen. Het zou heel geschikt kunnen zijn voor toerisme.

In het noorden is veel geïnvesteerd door Koreaanse kledingfabrieken, waardoor er 80.000 directe en indirecte jobs bijkomen in de kledingindustrie. Wat, denk ik, ook ten goede werkt is het feit dat Haïti nu een nieuwe regering heeft. Je kunt misschien niet blij zijn met zo’n ex-carnavalzanger als president, maar er is ten minste een regering. Hij heeft ook vrij goede mensen in zijn regering gekozen en daardoor hebben internationale donoren meer vertrouwen gekregen. Ze worden enthousiaster om rehabilitatieprojecten op te starten in Haïti. Dat zijn allemaal positieve dingen.”

“Mijn grootste frustratie was dat je soms het gevoel had dat Haïtianen zelf niets oppakten. Zo klaagden bewoners van  tentenkampen soms dat de toiletten niet meer schoongemaakt werden, toen de hulporganisaties langzamerhand vertrokken. Dat frustreert mij soms. Ik snap dat het geen leuk werk is, maar er zitten zoveel mensen… Mijn ervaring is dat in de kampen alleen iets gebeurt als je ervoor betaalt, ook in onze projecten. Aan de andere kant zijn Haïtianen ook weer mensen die zelf dingen oppakken. Er is ongelooflijk veel straathandel en dat moet ook wel want er zijn helemaal geen sociale voorzieningen. Ze zeggen wel eens dat 80 procent van de Haïtianen werkloos is, maar ik zeg altijd: als je in Haïti werkloos bent, kom je om van de honger, dus niemand is werkloos. Ze hebben allemaal wel wat, alleen niet in de reguliere economie, maar in het zwarte en grijze circuit. Bedelaars kom je vrij weinig tegen.

Toch had frustratie zeker niet de overhand. Noordzij is enthousiast over Haïti. “Het is een land waar mensen heel vriendelijk zijn. Waarvan ik ook onder de indruk ben: ondanks de problemen en de misère pakken de mensen hun leven toch weer heel snel op. Ze laten zich niet alle moed ontnemen. Mensen zijn heel positief ingesteld, niet over de economie - want dat is onmogelijk in Haïti - maar hun levensvisie, hun levensmoed is bewonderenswaardig.”

Het geloof speelt daar een grote rol in. Zestig procent van de bevolking is christen, een groot deel doet daarnaast ook nog iets met voodoo. “Haïti is een religieuze samenleving en dat heeft ook effect op mensen. Ze zeggen dat ze kracht aan het geloof ontlenen en dat zie je ook terug. Dat heeft inderdaad iets dubbels als je dat vergelijkt met de passiviteit waar Haïtianen mee bezet zijn.”

“Maar tegelijk zie je dat de mensen in de stad ook neerkijken op de mensen in het kamp. Dus deels loopt de scheiding tussen kampbewoners en ‘stadbewoners’. Anderzijds hebben sommigen hun huur opgezegd om te gaan wonen in één van de kampen. Veel goedkoper en daar zijn tenminste voorzieningen.”

Weer terug in Nederland, constateert Jaap Noordzij dat projecten in een noodhulpsituatie heel anders verlopen dan reguliere projecten. “Reguliere projecten hebben veel meer met ontwikkeling te maken. De noodhulpprojecten zijn vooral bedoeld voor het oplossen van een urgent, maar tijdelijk probleem. Je verwacht dan vaak ook korte termijnresultaten.”

Toch is het belangrijk om noodhulp wel projectmatig te organiseren. “Je komt terecht in bestaande situaties, in bestaande organisaties, die geconfronteerd waren met een grote ramp. Je hebt de neiging om dan direct de nood te gaan lenigen, ad hoc van alles uitdelen, zonder concrete projectplannen. Maar als je van tevoren even de tijd neemt om over de opzet na te denken, heb je meer rendement.

Het  blijft daarbij belangrijk de menselijke maat in het oog te houden. Noordzij illustreert dit aan de hand van de situatie van Margueritte Antoine. “Aanvankelijk had ik als richtlijn dat we geen huizen zouden slopen. Bij ons cash-for-work-programma [waarbij tegen betaling puinruimen plaatsvond, red] betrokken wij mannen en vrouwen, in verhouding ongeveer fiftyfifty. Een mix van mensen uit kerkelijke gemeenten, bewonerskampen en de woonwijken. We konden hen niet blootstellen aan dit gevaarlijke werk.

Er waren echter veel huizen van particuliere wooneigenaren, die niet op instorten stonden, maar wel onbewoonbaar waren geworden. Ik ontmoette Margueritte. Ze woonde met zes dochters in een tentenkamp, maar daar moesten ze weg. Een groot probleem dat vaker speelde. De landeigenaar, op wiens land het kamp gevestigd was, wilde z’n grond weer terug en jaagt iedereen weg. Het werd daarnaast steeds gevaarlijker in de kampen. Seksuele uitbuiting en geweld vormden een groot probleem.  Deze vrouw kon nergens heen, de nood was groot. Je wilt dan zo graag helpen. Daarom heb ik besloten om haar huis toch te slopen. Daardoor kon zij een tijdelijk huis neer (laten) zetten op deze grond en kon ze weer veilig wonen. Ze was dolblij. Een duidelijk voorbeeld van enerzijds regels en richtlijnen stellen, anderzijds de menselijke maat in acht nemen.”

Geschreven door: Kees Vreeken, medewerker W&D