Expertise van Nederlandse ondernemers in Haïti nodig
In Daadkracht nieuwsmail van maart informeerden wij u dat Woord en Daad Nederlandse ondernemers uit de bouwsector betrekt bij de wederopbouwplannen in Haïti. De laatste keer dat deze zogeheten Haïti bouwgroep bij elkaar kwam, was na de reis van Willem van der Haar (bouwkundig expert) en Leen Stok (manager Projecten en Programma’s Woord en Daad). Zij bezochten de Haïtiaanse gebieden om de bouwplannen voor te bereiden.
Is na hun reis duidelijk wat de Nederlandse ondernemers concreet kunnen doen? Hoe je dat kunt organiseren? En ook niet onbelangrijk, wanneer kunnen de ondernemers echt actief aan de slag? Lees hieronder de antwoorden op deze en meer vragen.
Wat heb je in Haïti gezien? Willem: ‘De betonkwaliteit in Haïti is zeer slecht. Mensen kunnen het met de hand afbreken. Bij de nieuwe projecten moet veel aandacht zijn voor kwaliteitsbouw met stevige betonconstructies. Van echte coördinatie om grootschalige bouwprojecten uit te voeren lijkt nog geen sprake te zijn. Men is daar nog onvoldoende aan toe en nog steeds druk met voedselverstrekking, noodvoorzieningen en opruimwerkzaamheden’.
Wat gebeurd er dan nu in de geadopteerde gebieden? Leen: ‘Er wordt hard gewerkt aan meer coördinatie in de tentenkampen om misdaad en geweld tegen te gaan, maar ook voor praktische zaken zoals het ophalen van vuilnis. Via het Cash-for-Work principe zijn inmiddels door Woord en Daad en ZOA 1400 mensen op contractbasis aan het werk gezet om 35 schooltjes af te breken en op te ruimen’.
‘Wij moeten oppassen voor een topdown benadering, waarin we vanuit het Westen bepalen welk type huis voor hen geschikt is’.
Wat gaat er gebeuren in de geadopteerde gebieden? Leen: ‘Er zullen sowieso tien scholen gebouwd worden. Willem zal zich beschikbaar stellen om het ontwerp van de scholen te maken en er zullen locale bedrijfjes worden gecontracteerd. Het idee is om die bedrijven te begeleiden met expertise vanuit Nederland. Naast de scholen willen we focussen op huizenbouw. Hiervoor is het van groot belang zicht te hebben op de sociale structuur en eigenaarschap. Dit is nu nog steeds niet helder en dat vraagt extra inspanningen.
Tijdens ons bezoek hebben Willem en ik met diverse mensen intensieve discussies gevoerd over verschillende typen huizen. De een is een sterk voorstander van tijdelijke huisvesting en de ander wil liever meteen definitief. Het is in ieder geval belangrijk dat de locale mensen zelf veel invloed krijgen op het ontwerp en de constructie. Wij moeten oppassen voor een topdown benadering, waarin we vanuit het Westen bepalen welk type huis voor hen geschikt is’.
Wat is er werkelijk nodig in Haïti? Leen: ‘Uitvoerend personeel en grote machines zijn in principe niet nodig. Het puin kan met moker en hamer weggewerkt worden en er is menskracht genoeg. We willen die menskracht graag mobiliseren. Misschien is het minder efficiënt als met grote machines, maar in dit geval weegt zwaarder dat mensen weer aan het werk zijn en een doel hebben. Dat ze zelf – heel concreet met hun eigen handen - aan het project en de wederopbouw bijdragen.
Wat we wel moeten toevoegen vanuit Nederland is expertise om het kwaliteitsproces tijdens de bouwprojecten te bewaken. Locale bedrijven moeten op een goede manier begeleid worden en technische kennis bijgebracht worden’.
‘Wat we wel moeten toevoegen vanuit Nederland is expertise om het kwaliteitsproces tijdens de bouwprojecten te bewaken’.
Hoe kun je dat dan organiseren? Leen: ‘Het beste zou zijn om een aantal bedrijven te groeperen in de Nederlandse Haïti bouwgroep die bereid zijn om, afhankelijk van de behoefte en voortgang van het bouwprogramma , mensen en/of expertise beschikbaar te kunnen en willen stellen.
Wanneer kunnen de ondernemers echt aan de slag? Leen: ‘Op dit moment kunnen we nog niet precies zeggen wat we wanneer nodig hebben aan expertise, maar over een paar maanden wel. We hebben nu nog twee maanden nodig om de zaken in kaart te brengen en een plan uit te werken, zodat wij bij de Nederlandse ondernemers precies aan kunnen geven wat we nodig hebben. Per half mei is Jan Noordzij namens Woord en Daad de algehele coördinator in de gebieden. Hij is verantwoordelijk om alle lijntjes bij elkaar te houden’
|